Vergeving. In de Bijbel lezen we er veel over, maar wat is het een lastig thema!
Volgens Van Dale betekent vergeving het niet langer aanrekenen van iemands daden. Met andere woorden: het kwijtschelden ervan. Dat is nogal wat.
Wanneer we pijn hebben ervaren door het bewuste of onbewuste gedrag van een ander voelen we ons gekwetst. We dragen gevoelens van wrok en boosheid met ons mee. We willen erkenning van die pijn, horen dat ons onrecht is aangedaan. We wijzen naar degene die ons beschadigd heeft. Hij/Zij draagt schuld en daar kunnen of willen we niet zomaar overheen stappen.
Wrok koesteren
Misschien ken je die scene uit the Chosen, waarin Petrus met vergeving worstelt. Mattheüs komt bij hem om excuses voor het verleden te maken, maar Petrus koestert zijn wrok. Wat hem is aangedaan, heeft sporen achtergelaten. Hij is niet bereid om dat te vergeten. Vergeving zou betekenen, dat hij zijn pijn los moet laten, terwijl hij juist erkenning ervan wil. Hoe vaak vergaat het ons niet net zo?
Toch zorgt juist het niet vergeven ervoor, dat we nog meer pijn ervaren. De uitspraak ‘wrok koesteren is als het drinken van vergif en verwachten dat de ander sterft’ verwoordt precies waar het om gaat: wrok of haat brengen uiteindelijk meer schade toe aan degene die het koestert dan aan degene tegen wie het gericht is. Ik heb het in mijn eigen leven ervaren.
Oude pijn vergeven
Als jong meisje werd ik gepest door een groep jongens uit het dorp. Als volwassen vrouw had ik het dorp en de pestkoppen al lang achter me gelaten, maar droeg ik de wrok nog steeds met me mee. Zodra de naam van de grootste pestkop ter sprake kwam, voelde ik de woede brandden en móest ik gewoonweg benoemen hoezeer hij mij in het verleden verwond had. Onbewust trok ik keer op keer oude wonden open en blies ik oude pijn nieuw leven in.
Vasthouden aan wrok geeft ons een misplaatst gevoel van controle; in werkelijkheid controleert het ons. Hoewel ik dacht dat ik niet langer het slachtoffer van mijn pesters was, bleek dat toch nog steeds het geval te zijn. Vergeving vraagt om de pijn los te laten, zodat het jou niet langer gevangen houdt. Vergeven gaat niet om de ander, maar om jou.
Terug naar Petrus en zijn worsteling. We lezen erover in Mattheüs 18, vanaf vers 21:
Petrus kwam naar Jezus toe en vroeg: “Heer, hoe vaak moet ik iemand vergeven als hij iets verkeerds tegen mij doet? Zeven keer?” Jezus zei tegen hem: “Ik zeg je: niet zeven keer, maar zeventig keer zeven keer.
Vervolgens vertelt Jezus in Mattheüs 18:23–35 de gelijkenis van een man die volledige kwijtschelding van zijn koning ontvangt, om vervolgens wel onmiddellijk terug te eisen wat een ander hem nog schuldig is. Wat een boodschap! God, die ons alles vergeven heeft, vraagt ons om op onze beurt ook anderen te vergeven.
Vergeven en vergeten dan maar?
Laten we eerlijk zijn: hoewel vergeving een wilsbesluit is, redden we het niet op wilskracht alleen. Die pijn is er nu eenmaal, en met alleen een beslissing om te vergeven zijn we die niet zomaar kwijt. Gelukkig mogen we alles bij Jezus brengen: Hij heeft al onze schuld gedragen en weet als geen ander wat vergeving inhoudt. Breng je worsteling en je keuze om te willen vergeven in gebed en vraag Hem, om je te helpen, opdat ook jij mag leren loslaten wat je al die tijd gebonden heeft gehouden.
Toen ik besloot om mijn pestkoppen niet langer aan te rekenen wat ze mij hadden misdaan (oh, wat een strijd om zover te komen!) en het in gebed bij Hem had gebracht, kwam er bevrijding. Vanaf dat moment voelde ik niet langer boosheid als de naam van de grootste pestkop voorbij kwam, maar kwam er rust.
En jij? Wie moet jij vergeven om los te komen van pijn uit het verleden en wat houdt je nog tegen?

